Home > Actualiteiten
Actualiteiten
Namen zichtbaar en voelbaar
Nieuw oorlogsmonument in Thailand met namen van Nederlandse krijgsgevangenen
De Oorlogsgravenstichting heeft het initiatief genomen om op Kanchanaburi War Cemetery in Thailand een nieuw oorlogsmonument op te richten waarop bronzen platen worden aangebracht met de namen van 73 Nederlandse krijgsgevangenen van wie de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is. De kosten om dit monument te realiseren bedragen € 30.000,- en kunnen niet bekostigd worden uit de doelfinanciering die de Oorlogsgravenstichting van de Nederlandse overheid ontvangt om haar taak, de aanleg, inrichting, instandhouding en verzorging van de ongeveer 50.000 Nederlandse oorlogsgraven, uit te kunnen voeren. Om dit monument te realiseren moet de Stichting derhalve externe financiering zoeken. Hiervoor hebben wij een aparte bankrekening Fonds Gedenkplaten geopend bij de ABN Amro. Het rekeningnummer is: 249336219 t.n.v. Oorlogsgravenstichting in Den Haag. Particulieren, bedrijven en instellingen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van het monument kunnen hierop een donatie storten onder vermelding van Monument Thailand. Het is de bedoeling dat het monument onthuld wordt op 26 oktober 2013 in aanwezigheid van direct nabestaanden van op het monument vermelde slachtoffers, nabestaanden van slachtoffers die op de erevelden Kanchanaburi en Chungkai begraven liggen en veteranen die aan de spoorweg gewerkt hebben. Om nabestaanden hiertoe in de gelegenheid te stellen organiseert de Oorlogsgravenstichting een speciale pelgrimsreis naar Thailand van 23 oktober tot 1 november 2013.
Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 begonnen oud-krijgsgevangenen met de inventarisatie van de graven van krijgsgevangenen die bij de aanleg van de dodenspoorweg in Birma en Thailand zijn omgekomen. Achtereenvolgens werden de diverse locaties langs de spoorweg bezocht door de geallieerde gravendiensten en werden de stoffelijke resten van de omgekomen krijgsgevangen opgegraven en overgebracht naar erevelden, in Birma op het ereveld Thanbyuzayat en in Thailand op de erevelden Chungkai en Kanchanaburi. Ondanks dat de werkzaamheden snel na beëindiging van de Tweede Wereldoorlog plaatsvonden, konden vele tijdelijke begraafplaatsen al niet meer gelokaliseerd worden. Deze waren als het ware door het oerwoud ‘opgeslokt’. Honderden graven van geallieerde krijgsgevangenen, waaronder die van 73 Nederlanders, werden niet meer teruggevonden. Voor deze slachtoffers kon op één van de erevelden geen graf worden ingericht. Namen zijn voor nabestaanden altijd en steeds weer het enige dat nog overblijft als zichtbare, voelbare en herdenkbare herinnering aan hen, hun dierbare familieleden, die hun leven gaven in de oorlog. Namen op een graf zijn belangrijk. Namen van diegenen zonder graf moeten eveneens zichtbaar zijn daar waar mensen bijeen komen om werkelijk te kunnen herdenken. Dit initiatief wordt gesteund door de Stichting Herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg (SHBSS). Deze Stichting organiseert voor veteranen en hun nabestaanden een reis naar Thailand in dezelfde periode.
Naamlijst nieuw oorlogsmonument in Thailand
De Oorlogsgravenstichting heeft de lijst met de namen van Nederlandse krijgsgevangenen die in Birma en Thailand overleden zijn en van wie de laatste rustplaats niet aanwijsbaar is, zorgvuldig samengesteld. Bij het samenstellen van de lijst hebben wij veel hulp gekregen van medewerkers van de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen in Heerlen en de afdeling Oorlogsnazorg van het Rode Kruis in Den Haag.
Via het Slachtofferregister van de Oorlogsgravenstichting krijgt u een overzicht van de namen. Klik op de onderstaande link. Kies bij categorie voor Onbekend Thai/Burma. Klik op verfijn en voer de zoekopdracht uit.
Heeft u op- en/of aanmerkingen op deze lijst, neemt u dan zo snel mogelijk contact op met de Oorlogsgravenstichting.
Margriet met goud hart
Polsbandje met tekst en margrieten
De Oorlogsgravenstichting heeft een rubber polsbandje laten maken met de pakkende tekst "OGS Respect War Victims". Met dit polsbandje vraagt de Stichting aandacht voor de oorlogsslachtoffers. Het bandje is groen van kleur en achterop staan twee margrieten afgebeeld. De Oorlogsgravenstichting hoopt dat de margriet in Nederland uiteindelijk dezelfde status krijgt als de poppy in Engeland en dat iedereen op 4 mei een margriet draagt. Tijdens haar ballingschap in Engeland tijdens de Tweede Wereldoorlog zocht Koningin Wilhelmina naar een symbool om de verbondenheid met haar onderdrukte volk in het bezette Nederland tot uiting te brengen. Zij besloot dat de margriet, een Nederlandse bloem bij uitstek, het beeld moest zijn dat de vereenzelviging met het leed thuis en het geloof in de terugkeer naar het vaderland zou symboliseren. De bandjes kosten € 2,- per stuk inclusief verzendkosten in Nederland en zijn te bestellen bij de Oorlogsgravenstichting.
Op 2 juni 1942 bij de opening van het Engelandvaardershuis Oranjehaven droeg Koningin Wilhelmina voor het eerst een witte margriet op het revers. Nadien volgden velen haar voorbeeld. Het viel haar echter op dat dit margrieten waren met een goud hart. Een bloem die, in tegenstelling tot die met een wit hart, gewoon in de natuur voorkomt. Omdat het de Engelandvaarders zelf waren die dit deden, respecteerde zij dat. Na de geboorte van Prinses Margriet gaf Koningin Wilhelmina op 21 januari 1943 een radiorede waarin zij de keuze voor deze naam uitlegde. Prinses Juliana en Prins Bernhard wilden zo een band leggen tussen het volk in het bezette koninkrijk en de pasgeboren prinses. Maar bovenal, zo vertelde zij, was de naam margriet een hulde aan de nagedachtenis van de Nederlandse oorlogsdoden, waar ook ter wereld gevallen. Toen Koningin Wilhelmina begin 1945 door het bevrijde Zeeuws-Vlaanderen reisde, bezocht zij de plek waar tijdens de oorlog verzetsstrijders stierven. Daar nam zij de margriet van haar mantel en legde die op de executieplaats. Bij de opening van het ereveld Loenen in 1949 plaatste zij een krans in de vorm van een margriet onder het Wandbord Engelandvaarders in de kapel.
voor-en achterkant van het armbandje
Publicatie Jaarbericht 2012
Op 29 april 2013 publiceerde de Stichting haar Jaarbericht over 2012. In het Jaarbericht tonen wij een overzicht van een groot aantal activiteiten die in 2012 hebben plaatsgevonden, zijn opgestart of zijn afgerond.
Bij het 65-jarig bestaan van de Oorlogsgravenstichting in 2011 hebben wij onze doelstelling iets verbreed. De ereplicht om bij voortduring het oorlogsgraf te onderhouden van hen die hun leven gaven zodat wij in vrede en vrijheid veilig kunnen leven, blijft onveranderd als uitgangspunt gelden. Het besef dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is en dat daar in het verleden grote offers voor zijn gebracht, dient te worden bevorderd en onderhouden. Het oorlogsgraf vertolkt hierbij een bijzondere rol. De vrij vertaalde uitspraak van Albert Schweitzer: ‘Het beste pleidooi voor de vrede is een oorlogsgraf’ is hiervoor de leidraad.
Om de aandacht voor het individuele oorlogsgraf in de maatschappij te verankeren, hebben wij het project ‘Adopteer een oorlogsgraf voor scholen’ opgezet. Een school kan lokaal 1 of meerdere oorlogs-graven adopteren. In bijna elke plaats in Nederland bevindt zich wel een oorlogsgraf dat voor adoptie in aanmerking komt. Naast een Nederlands oorlogsgraf kan dit ook een graf zijn van een geallieerde militair dat in beheer en onderhoud is van de Oorlogsgravenstichting. Met de symbolische zorg voor een adoptiegraf komt de oorlog ‘dichterbij’ en kan zo een 'gezicht' krijgen. Leerlingen worden direct betrokken bij de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de perioden daarna. Zij worden bewust gemaakt van verschillende actuele thema's waaronder democratie, vrede en vrijheid.
Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de verhalen over de oorlogsslachtoffers worden vastgelegd om die aan komende generaties te kunnen doorgeven. Hiervoor hebben wij de websites ‘Een leven verloren’ en ‘Het verhaal bewaard’ laten maken.
Het Jaarbericht wordt automatisch toegestuurd aan begunstigers van de Oorlogsgravenstichting. Meer informatie over het begunstigerschap vindt u op de pagina Begunstigen.
De meest recente Jaarberichten van de Oorlogsgravenstichting zijn ook online te raadplegen.
Koning Willem-Alexander, beschermheer van de Oorlogsgravenstichting
Op dinsdag 30 april 2013 ondertekende Koningin Beatrix de akte van abdicatie, waarmee zij afstand deed van de Troon. Hiermee ging het koningschap over op haar oudste zoon Kroonprins Willem-Alexander, die diezelfde dag in de Nieuwe Kerk in Amsterdam is ingehuldigd als Koning van Nederland. Met de abdicatie kwam voor Koningin Beatrix ook een einde aan 33 jaar beschermvrouwschap van de Oorlogsgravenstichting en werd Koning Willem-Alexander beschermheer.
Op 13 september 1946 werd op initiatief van Dr. A. van Anrooy de Oorlogsgravenstichting opgericht met als doel om de graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers aan te leggen, in te richten, te verzorgen en te onderhouden, als erkenning van hen die hun leven waagden, uit respect tegenover hun nabestaanden en als waarschuwing voor toekomstige generaties dat vrede en vrijheid niet vanzelfsprekend is.
Hare Majesteit Koningin Wilhelmina werd destijds bereid gevonden als beschermvrouwe te fungeren. Sindsdien is het beschermvrouwschap van de Oorlogsgravenstichting verbonden aan het koningschap.
‘De Oorlogsgravenstichting waardeert de hechte band met het Koningshuis zeer en wij zijn er trots op dat Koning Willem-Alexander als beschermheer aan onze Stichting verbonden is’ zegt Gellius Flieringa, directeur-bestuurder van de Oorlogsgravenstichting. ‘Wij denken met warme gevoelens terug aan de jaren dat Koningin Beatrix beschermvrouwe van onze Stichting was. Haar oprechte belangstelling voor ons werk was ons altijd tot steun.’
Consul Streng toont de leerlingen het oorlogsgraf van verzetsstrijder Adriaan de Rijke
Rondleiding op begraafplaats voor leerlingen van groep 8 van de R.K. basisschool de Goudakker
Op woensdag 24 april 2013 hebben 33 leerlingen van de katholieke basisschool De Goudakker in Gouda samen hun leerkracht, juffrouw Monique, een rondleiding gehad over de oude gemeentelijke begraafplaats aan de Prins Hendrikstraat in Gouda. De rondleiding werd in twee delen verzorgd door vrijwilligers van de Stichting Oude Begraafplaats Gouda. Daarnaast maakte Piet Streng, consul van de Oorlogsgravenstichting in de gemeente Gouda, van de gelegenheid gebruik om de leerlingen langs de oorlogsgraven op de begraafplaats te leiden.
Mevrouw Van Wely en de heer Massar, vrijwilligers van de Stichting Oude Begraaf-plaats Gouda, verzorgden het algemene gedeelte van de rondleiding. Mevrouw Van Wely vertelde over de aula van de begraafplaats, die momenteel in gebruik is als particulier woonhuis. Boven de ingang van de aula staat de latijnse spreuk Memento Mori, hetgeen -vrij vertaald- betekent Denk aan je eigen sterfdag. Ook toonde zij het graf van het meisje Malva Marina Reijes, de dochter van de Chileense dichter Pablo Neruda, en vertelde zij het trieste verhaal achter dit graf. De heer Massar vertelde over de ontstaansgeschiedenis van de begraafplaats waarvan het besluit om die aan te leggen stamt uit 1829. De begraafplaats was nog niet klaar toen daar, in 1832, de eerste begrafenissen plaatsvonden. In 1835 werd een katholiek gedeelte aangelegd. Voorts vertelde de heer Massar over gebruiken rond begrafenissen. Ook liet hij enige bijzondere graftrommels en bloemenkransen zien die in het houten lokaal op de begraafplaats bewaard worden.
Mevrouw Van Wely met de leerlingen bij het graf van het meisje Malva Reijes
Leerlingen plaatsen bloemen bij het graf Wim Kleinherenbrink
De heer P. Streng, consul van de Oorlogsgravenstichting, vertelde over de werkzaamheden van de Stichting en wees de kinderen op het bestaan van de jeugdwebsites Een leven verloren, het verhaal bewaard. Daar vinden zij informatie over oorlogsslachtoffers en erevelden. Informatie die ze kunnen gebruiken voor een presentatie of werkstuk. Vervolgens toonde de heer Steng de leerlingen enkele graven oorlogsslachtoffers die op de begraafplaats liggen. Hij vertelde onder andere een verhaal bij het graf van het 12-jarige jongetje Wim Kleinherenbrink die omgekomen is bij een bombardement op 6 november 1944. Daar legden de leerlingen allemaal een bloem ter nagedachtenis van hun leeftijdgenoot. Vervolgens liep de groep langs het graf van de verzetsstrijder Adriaan de Rijke, waar de heer Streng het volgende verhaal vertelde.
Adriaan de Rijke is geboren in Den Haag. In 1922 verhuisde het gezin naar Gouda. Daar woonden zij aan de Noothoven van Goorstraat. Adriaan was timmerman toen de oorlog uitbrak. In Gouda trof het gezin een groot drama. Bij een bombardement op 18 mei 1941 zijn de kinderen Josina, Leendert en Johannes De Rijke om het leven gekomen. Hun broer Adriaan nam actief deel aan het verzet tegen de Duitse bezetter en was toen niet thuis. Ook de ouders overleefden het bombardement. Adriaan hield zich bezig met de verspreiding van illegale bladen en het verzorgen van onderduikers. Hij was lid van de verzetsgroep van Bob Oosthoek. Deze groep was betrokken bij overvallen op distributiekantoren om op die manier aan bonnen voor onderduikers te komen. Na de mislukte overval op het distributiekantoor in Rijpwetering is Adriaan gearresteerd op 30 april 1944. Vanwege zijn verzetsactiviteiten werd hij ter dood veroordeeld en op 6 juni 1944 gefusilleerd in de duinen bij Overveen. Na de oorlog is Adriaan op verzoek van zijn ouders overgebracht naar Gouda en herbegraven op de oude gemeentelijke begraafplaats aan de Prins Hendrikstraat. Daar rust hij in één graf met zijn broers en zuster.
De heer Croll, Tessa en Ruben onthullen het adoptiecertificaat
Scholieren in Beesd adopteren oorlogsgraven
Op dinsdag 23 april 2013 onthulden Tessa en Ruben, twee leerlingen van groep 8 van de Christelijke Basisschool Lingelaar in Beesd, samen met mr. Robert S. Croll, President van de Oorlogsgravenstichting, het eerste adoptiecertificaat voor scholen. Groep 8 van de CBS Lingelaar heeft de drie geallieerde oorlogsgraven op de Oude gemeentelijke begraafplaats aan de Veerweg in Beesd geadopteerd. In deze drie graven liggen zes bemanningsleden begraven van een Britse bommenwerper die in Beesd is neergestort in de nacht van 23 op 24 mei 1943. De directeur van de school, Jeroen Veldhuijzen, zorgde ervoor dat ook de leerlingen van de groepen 5, 6 en 7 de onthulling konden bijwonen. Zij zijn het immers die in de toekomst het 'stokje' van de leerlingen van groep 8 moeten overnemen.
Alvorens tot onthulling van het certificaat over te gaan legde de heer Croll uit waarom de Oorlogsgravenstichting ertoe is overgegaan om Nederlandse en geallieerde oorlogsgraven ter adoptie door scholen aan te bieden. De reden hiervoor is dat de Tweede Wereldoorlog steeds verder van de beleving van de hedendaagse generaties af komt te staan. Na bijna 70 jaar zijn er ook steeds minder mensen, die deze periode zelf hebben meegemaakt. De nabestaanden van de gesneuvelden vallen weg. Toch blijft het belangrijk, niet te vergeten dat velen hun leven hebben gegeven voor de vrijheid, die Nederland in onze dagen kent. De Oorlogsgravenstichting zorgt ervoor, dat de graven blijvend onderhouden worden, maar daarnaast vindt de Stichting dat de verhalen van de gesneuvelden in herinnering gehouden moeten blijven. Hierdoor krijgt de oorlog ook voor latere generaties een gezicht.
De heer Veldhuijzen haakte hierop in door te vertellen over zijn ontmoeting met de zoon van één van de omgekomen inzittenden van het vliegtuig. Jaren geleden liep een man de school in met de vraag waar hij het graf van zijn vader zou kunnen vinden. De man legde uit dat hij de zoon was van een oorlogsvlieger die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Beesd was gesneuveld en dat dit de eerste keer was dat hij het graf van zijn vader kon bezoeken. De heer Veldhuijzen begeleidde de man naar de oude gemeentelijke begraafplaats aan de Veerweg waar bleek dat hij de zoon was van sergeant R. Bell. Sindsdien bleef de school contact houden met de zoon en vaak kwam hij speciaal voor de 4-meiherdenking naar Nederland.
Na de onthulling van het certificaat gingen drie leerlingen van groep 8, Hilde, Larissa en Ruben onder begeleiding van de directeur Veldhuijzen nog even naar de begraafplaats om de graven alvast in orde te maken voor de aanstaande dodenherdenking op zaterdag 4 mei 2013.
Larissa, Ruben en Hilde verzorgen de oorlogsgraven
Disclaimer